Hoofdstuk 28: Over de doop en het avondmaal

28.1

De doop en het avondmaal zijn verordeningen die positief [uitdrukkelijk] en soeverein zijn ingesteld door de Heere Jezus, de enige wetgever, om in Zijn kerk te worden voortgezet tot het einde van de wereld.1


  1. Mat. 28:19-20; 1 Kor. 11:26

28.2

Deze heilige instellingen moeten alleen worden uitgevoerd door degenen die daartoe bevoegd en geroepen zijn, overeenkomstig de opdracht van Christus.2


  1. Mat. 28:19; 1 Kor. 4:1