Hoofdstuk 10: Over de doeltreffende roeping

10.1

Hen die God tot het leven heeft voorbestemd, roept Hij op Zijn vastgestelde en aanvaarde tijd, door Zijn Woord en Geest, effectief uit de staat van zonde en dood waarin zij van nature verkeren1, tot genade en redding door Jezus Christus.2 Hij verlicht hun verstand geestelijk en zaligmakend om de dingen van God te begrijpen.3 Hij neemt hun hart van steen weg en geeft hun een hart van vlees.4 Hij vernieuwt hun wil en bepaalt hen door Zijn almachtige kracht tot het goede en trekt hen doeltreffend [krachtdadig] tot Jezus Christus,5 maar dan wel zo dat zij uit vrije wil komen, gewillig gemaakt door Zijn genade.6


  1. Rom. 8:30, 11:7; Ef. 1:10-11; 2 Thess. 2:13-14

  2. Ef. 2:1-6

  3. Hand. 26:18; Ef. 1:17-18

  4. Ez. 36:26

  5. Deut. 30:6; Ez. 36:27; Ef. 1:19

  6. Ps. 110:3; Hoogl. 1:4

10.2

Deze doeltreffende roeping is uitsluitend het gevolg van Gods vrije en bijzondere genade. Zij komt niet voort uit iets dat in de mens voorzien is, noch uit enige macht of instantie [vermogen om te handelen] in het schepsel [de mens],7 die daarin geheel passief is, dood in zonden en overtredingen, totdat hij wordt levend gemaakt en vernieuwd door de Heilige Geest.8 Daardoor wordt hij in staat gesteld deze roeping te beantwoorden en de daarin aangeboden en overgebrachte genade te aanvaarden, dat alles door dezelfde kracht die Christus uit de doden heeft opgewekt.9


  1. 2 Tim. 1:9; Ef. 2:8

  2. 1 Kor. 2:14; Ef. 2:5; Joh. 5:25

  3. Ef. 1:19-20

10.3

Uitverkoren zuigelingen [kinderen] die in de kinderjaren sterven, zijn wedergeboren en zalig gemaakt door Christus, door de Heilige Geest,10 Die werkt waar, wanneer en hoe Hij wil.11 Hetzelfde geldt voor alle uitverkorenen die niet geroepen kunnen worden door de bediening van het Woord.


  1. Joh. 3:3, 5-6

  2. Joh. 3:8

10.4

Anderen, die niet uitverkoren zijn, mogen dan wel geroepen zijn door de bediening van het Woord, en enkele gemeenschappelijke [algemene] werkingen van de Geest hebben12, maar omdat zij niet effectief door de Vader getrokken worden, willen noch kunnen zij waarlijk tot Christus komen, en daarom kunnen zij niet gered worden.13 Nog veel minder kunnen mensen gered worden die de christelijke godsdienst niet aannemen; al zouden zij nog zo ijverig zijn om hun leven in te richten naar het licht van de natuur en de wet [regels] van de godsdienst die zij belijden.14


  1. Mat. 22:14; 13:20-21; Heb. 6:4-5

  2. Joh. 6:44-45, 65; 1 Joh. 2:24-25

  3. Hand. 4:12; Joh. 4:22; Joh. 17:3